Nee hè, niet weer een opstel schrijven!

Zeg je dit meteen als jouw docent Nederlands met een nieuwe opdracht komt voor een opstel?
Worden de opdrachten steeds moeilijker? Mag je zelf verzinnen waarover je schrijft of niet? Heeft jouw docent de eerste alinea al geschreven en mag jij het afmaken?
Veel scholieren zien op tegen het schrijven van een opstel. Of het nu een verhalend opstel is of een betoog over een onderwerp dat jouw interesse heeft.
Je bent zeker niet de enige. In dit blog wil ik je helpen om het schrijven van een verhalend opstel te vergemakkelijken.

Want… schrijven is leuk! Dit zeg ik niet, omdat ikzelf auteur ben, maar met schrijven, kun je namelijk alles kwijt wat je ooit hebt willen zeggen en doen, maar stiekem niet durft. In jouw verhaal durven jouw personages alles. Mijn advies: leef je uit, en put uit jouw bron van fantasie. Oh ja, hou je wel aan de opdracht… anders ga je geen punten scoren.

Voordat je gaat beginnen met écht schrijven, ga je eerst bedenken waar je verhaal over moet gaan. Je maakt een structuur van een kop, het middenstuk en een afsluiting. Je verzint een naam voor jouw held in het verhaal.
De kop is de start van je verhaal. Wil je meteen knallen met een dialoog? Begin dan met het beschrijven van de setting, omdat je jouw lezer eerst mee moet nemen in jouw wereld, anders haakt hij snel af. Dus een setting: waar speelt het verhaal zich af? Is het hartje zomer of kraakt het dat het vriest? Licht al een eerste tip van de sluier op: begin met het schrijven over het probleem dat jouw personage moet oplossen. Geef niet meteen alles weg, want dan weet de lezer al hoe het de held vergaat. Probeer je lezer te verrassen door een spannend avontuur of een grappige anekdote. Als schrijver wil je jouw lezer blijven boeien tot het laatste woord. In het middenstuk beleeft jouw personage van alles: hij overwint zijn grootste angst, hij vecht met de gevaarlijkste draak, hij redt een groep mensen uit een brandende auto.
Belangrijk is dat je het verhaal langzaam opbouwt en stukje bij beetje jouw lezer van informatie voorziet. Ik hoor je al zeggen! Ja, mooi is dat, maar hoe doe ik dat dan?
Nou, door:

  1. Een dialoog, een gesprek dus. Een dialoog schrijf je in schrijftaal. Dus niet: ‘Ik ga effe bij de paarden kijken.’ Maar: ‘Ik ga even bij de paarden kijken.’
  2. Door jouw personages verschillende avonturen te laten beleven. Je schrijft over één avontuur en op een later moment komen jouw personages bij elkaar. In een dialoog vertellen ze over hun belevenissen;
  3. Door een beschrijving te geven van de setting waarin jouw personages zich bevinden. Zorg er wel voor dat je actieve werkwoorden gebruikt. Vermijd werkwoorden zoals zijn, en worden. Beginnende schrijvers (ook ik!) trappen in de valkuil van de herhalingen van datgene wat je al geschreven hebt!

De afsluiting is het plot. Een plot is een wending in het verhaal waarmee je jouw lezer verrast. Jouw held in het verhaal heeft op miraculeuze wijze de vijand verslagen. In fantasy is alles mogelijk, zolang jij het maar met veel fantasie en verve opschrijft.
Zoals ik heb gedaan in het boek “De legende van het moeras.” Het Noorderlicht is een eigenlijk een natuurverschijnsel, maar door de manier waarop ik erover geschreven heb, is het
Noorderlicht een onderdeel geworden van de fantasy. Als fantasy lezer ga je dan mee in de verhaallijn.
Ok, we hebben het gehad over de structuur. Een saai begin, maar wel noodzakelijk, omdat (als je het niet doet) de kans bestaat dat je met je eigen verhaal op de loop gaat.
Ik vind structuren vreselijk, omdat het altijd zo enorm gaat kriebelen als een verhaal zich in mijn hoofd afspeelt en de beelden zich maar aan mij voorbijtrekken. Ik word dan heel snel verleid om gewoon te beginnen. Mijn advies: niet doen en maak eerst jouw structuur van de verhaallijn. Schrik niet, maar tijdens het schrijven ontwikkelt zich de verhaallijn. Halverwege moet je dan even de structuur en de eerste ideeën erbij pakken om na te gaan of je op koers zit. Het kan zijn dat het verhaal zich op een heel andere manier ontwikkeld heeft dan dat jij van tevoren hebt bedacht. Dit geeft niet! Dit betekent alleen maar dat je veel fantasie hebt, en daar kun je niet genoeg van hebben. Gewoon de verhaallijn aanpassen en doorgaan met schrijven.
Overigens is het ook zo; begin op tijd! Ik wil niet opvoederig klinken, maar een verhaal heeft tijd nodig om te groeien. Te rijpen, zeg maar. Een held ontstaat, omdat je over hem nadenkt, hem telkens voor je ziet. Beelden die als een film in jouw hoofd afdraait. Na een dag pak je het opstel er weer bij en ga je verder met schrijven. Als je wacht tot de laatste dag dan lever je een flutverhaal af, en dat verdient jouw held niet!

Afsluitend algemene tips voor het schrijven van jouw spannende opstel:

• Duidelijke en heldere verhaallijn: niet te detaillistisch en niet van minuut tot minuut beschrijven hoe het gaat met de personages. Laat je lezer genieten en beleven.
• Pas op voor herhalingen in de tekst
• Vermijd zoveel mogelijk Hij denkt… alleen als het bijdraagt aan het uitwerken van het karakter van je held.
• Laat zien hoe een personage zich gedraagt in plaats van dat je erover vertelt in een beschrijving.
Bijvoorbeeld: Niet: hij is boos. Maar laat zien dat hij boos is. Doordat hij met zijn voeten stampt, om zich heen slaat of hard schreeuwt.

Ben je op zoek naar een paar goede websites?

www.onzetaal.nl: handig voor het nazoeken en controleren op taalkundige en grammaticale missers die we allemaal maken. Hoe zat het ook al weer met voegwoorden, bijvoeglijke naamwoorden etc?
www.synoniemen.net: handig voor als je al tig keer het woord ‘trillen’ hebt gebruikt. Je moet andere woorden gebruiken, anders verlies je de aandacht van je lezer.

Ik hoop dat je na het lezen van mijn blog plezier krijgt in het schrijven van jouw opstel.
Heb je vragen tijdens het schrijven en wil je een tip?
Laat het mij weten. Ik help jou graag op weg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Name *