Verliefd

 Het was begin van de middag toen Emma op zoek was naar haar broer. Ze liep niet, ze rende bijna door het huis. Waar zat hij, verdomme? Hij moest opschieten! Emma was de voorzitter van de Commissie Muziekfeest voor Koningsdag van hun middelbare school. Zoals elk jaar was er een muziekwedstrijd tussen de twee scholen van Zwaandam. 

Emma beende nu door de tuin en zag dat de deur van het hok openstond. Ze zuchtte geïrriteerd; natuurlijk was hij daar! Waarom was ze daar niet meteen naartoe gegaan? 

Nick speelde saxofoon en oefende elke dag een paar uur. Hun vader had het hok geluidsdicht gemaakt door akoestische schuimplaten aan de muren te bevestigen, zodat de buren geen last hadden van zijn getetter. Nou, getetter… dat deed Nick niet. Hij was verdraaid goed en speelde het liefst op straat, gewoon voor publiek. 

Nick hoorde zijn zus wel zenuwachtig roepen, maar hij wilde zich niet op laten jagen. Hij had nog een half uur voordat hij moest optreden met de schoolband. 

‘Ga je mee? We moeten opschieten. Iedereen is bijna al geweest!’ zei Emma. 

Nick besloot niet te reageren; zijn zus deed alleen maar haar best. Hij pakte zijn saxofoonkoffer en sloot de deur van het hok zorgvuldig af. Er stonden boxen, een versterker en microfoons in; weliswaar allemaal via Marktplaats gekocht, maar hij was zuinig op zijn spullen. 

‘Zenuwachtig?’ vroeg Emma. 

‘Kan ik beter aan jou vragen. Je ziet er verhit uit,’ zei Nick en gaf zijn zus een duwtje. 

Emma en Nick woonden in het centrum van Zwaandam en waren dan ook binnen vijf minuten bij de muziektent. Het werd al behoorlijk druk. De muziekwedstrijd was altijd dé afsluiter van de dag en trok het meeste publiek. Ouders, medescholieren, stadsgenoten. De burgemeester en zijn vrouw. 

Nick liep langs het publiek en zag bekende gezichten: zijn klasgenoten zwaaiden en floten op hun vingers. Tussen hen in stond een lange jongen in een surfpak. Zijn blonde haren waren nat en Nick zag waterdruppels op zijn schouders zitten. Hij stopte even en staarde naar hem. 

‘Hé, flirten doe je straks maar,’ plaagde zijn zus hem. 

‘Dat doe ik niet,’ protesteerde Nick. Emma hield wijselijk haar mond en trok hem ongeduldig mee naar de achterkant van de muziektent. Nick was als laatste aan de beurt en drentelde maar zo’n beetje rond. Op het moment dat hij zich omdraaide, liep zijn moeder, zoekend naar hem, de ruimte binnen. Ze lachte. 

‘Nick, succes hè,’ zei ze. ‘Je kan het, hoor.’ 

‘Weet ik, mam,’ zei Nick zacht en voelde dat hij bloosde. 

‘Leuke jongen, die Justin,’ fluisterde ze in zijn oor. Nick glimlachte naar haar. Sinds hij zijn moeder over Justin had verteld, raakte ze niet over hem uitgesproken, zo leuk vond ze hem. Hij maakte zich los uit haar omhelzing en zei: ‘Ik moet op.’ 

Terwijl hij naar het podium liep, hoorde hij de laatste tonen van de muziek. Het meisje had een laatste hoge uithaal; er klonk een daverend applaus. Zoë was een keiharde concurrente van hem. Nick grijnsde, zo mocht hij niet denken, maar als het om muziek ging was hij gewoon een streber. De rest kon doodvallen. 

De stadsgenoten hadden hem vaak horen spelen op het pleintje in het centrum en keken uit naar zijn optreden. Ze floten op hun vingers, joelden en schreeuwden enthousiast. Het gaf Nick vleugels en tegelijkertijd was hij stik zenuwachtig. Voor dit optreden had hij iets heel anders ingestudeerd, dan dat hij normaal speelde op straat. Een beetje blues, funk en hij sloot af met pop. Hij mocht een kwartiertje spelen. Toen hij het podium opstapte, zocht hij tussen het publiek naar zijn zus en zijn ouders, maar zijn blik dwaalde de andere kant op, naar hem. Eén korte blik was genoeg om te weten dat Justin er was. Hij had het daarstraks 

toch goed gezien: Justin had het bovenste gedeelte van zijn surfpak opengeritst. Nicks hart beukte zowat zijn borstkast uit, zijn knieën trilden. Hij kreeg eindelijk zijn ademhaling weer onder controle; hij sprak zichzelf ferm toe, hij moest zich focussen. De jongen knikte naar de bandleider ten teken dat ze konden beginnen, wachtte de eerste muzieknoten af en zette uiteindelijk in. Terwijl hij speelde, dook hij de muziek in. Alles viel weg: angst, twijfel, en zelfs de vlinders in zijn buik. Hij had zijn ogen dicht en zag dus niet dat Justin verder naar voren was gelopen. De jongen staarde gebiologeerd naar Nick en slikte een brok in zijn keel weg. Hij kon het niet langer ontkennen. Deze jongen was bijzonder. Mooi. Lief. En vreselijk muzikaal en sexy met die saxofoon. Justin luisterde, keek en voelde zijn hart als een bezetene tekeer gaan. Even keek hij op zijn horloge. Shit, hij moest echt weg. Hij had nog een klasje op het strand! Hij draaide zich nog een keer om, toen hij in een steeg stond en verdween. 

Nadat hij eerst zijn saxofoon en beker had teruggebracht naar huis, slenterde Nick naar de haven. Bij een ijscokarretje kocht hij een ijsje en probeerde zijn zenuwen onder controle te houden. Eenmaal bij de haven aangekomen, kon hij niks anders dan zoeken en kijken. Naar hem. Zijn hart begon weer harder te slaan toen hij Justin zag. De jongen kletste vrolijk met zijn pupilletjes, terwijl hij de surfplanken tegen de stenen kade aanzette. Alsof hij voelde dat ernaar hem werd gekeken, keek hij op en zijn blik ving die van Nick. Justin kon alleen maar naar Nick kijken, de wereld om hem heen stond stil. 

Nick zwaaide spontaan naar hem en Justin zwaaide lachend terug. Hij maakte met een gebaar duidelijk dat hij naar hem toe zou komen. Hij nam afscheid van de ouders en de kinderen en zodra het kon, rende hij naar de kade. Justin liep quasi ontspannen met een ontbloot bovenlijf op blote voeten met twee flesjes cola grijnzend op hem af. Hij had even getwijfeld of hij zijn pak wel open zou ritsen. Misschien lag het er te dik bovenop, maar hij wilde zich niet anders gedragen dan normaal. Diep vanbinnen besefte hij dat hij zichzelf voor de gek hield. 

‘Hé,’ zei Justin en gaf het flesje aan Nick. De jongen nam het aan en even raakten hun vingertoppen elkaar aan. Nick voelde zich dom en onhandig in zijn korte broek van de C&A en verschoten T-shirt. Justin stond veel te dicht naast hem, hij rook naar zonnebrandcrème, zon en water, en hij was veel te knap. Nick glimlachte toch naar hem. Zomaar ineens. Nu was het de beurt aan Justin om te blozen. Deze jongen maakte het verlangen in hem wakker, hij wilde dolgraag in zijn buurt zijn. 

‘Zullen we een stukje lopen?’ vroeg Nick. Justin knikte dankbaar. Hier aan de kade trokken ze veel te veel aandacht. De terrassen waren overvol, een vertrouwd gezicht na twee jaar van coronamaatregelen. 

Plotseling kwam Nick in een rij van mensen terecht die wachtten op een plekje op het terras. Hij voelde een prikkeling van verlangen toen hij Justins borst tegen zijn rug aanvoelde. Justin wilde niets liever dan dat deze stremming een tijdje zou duren, maar Nick had een gaatje tussen een paar mensen gevonden en liep door, richting het pad langs het water. 

Even later slenterden ze over het schelpenpad naar een bankje, hun handen botsten onhandig tegen elkaar aan. Hier was het rustig, ver weg van het lawaai. Nick ging op het bankje zitten en keek uit over het meer. Justin ging naast hem zitten, niet te close, maar wel dichtbij. Nick durfde hem niet aan te kijken en bleef maar voor zich uit staren. 

‘Je kan goed spelen, zeg,’ zei Justin. 

‘Vond je het mooi?’ vroeg hij zacht. 

‘Het was supervet. Volgens mij speel je al best wel lang,’ zei Justin. Nick, dankbaar dat hij over zijn sax kon kletsen, ratelde maar door over zijn muziek. Ondertussen schoof Justin dichter naar hem toe, hij zag de sterretjes in de bruine ogen van Nick en kreeg de neiging hem te kussen. Hij had al eens eerder met een jongen gezoend en toch nam hij nu niet het initiatief. Hij wilde de betovering tussen hen niet verstoren door een stomme zoen. Doordat hun benen elkaar aanraakten, stopte Nick abrupt met praten en keek in de blauwe ogen van Justin. Hij verdween erin. Telkens vertelden de vlinders in zijn buik hem dat hij niet bang hoefde te zijn. Dat hij zichzelf mocht zijn. Hij hoorde de stem van Emma in zijn hoofd: “Je moet gewoon zeggen dat je verliefd bent.” Zijn zus was nogal van de directe aanpak. 

Nick besefte dat dit hét moment was, anders zou hij het misschien nooit meer zeggen. 

‘Ik geloof dat ik verliefd op je ben,’ stamelde Nick. 

‘Verliefd?’ vroeg Justin en zijn stem trilde. 

Nick schoof nog dichter tegen de jongen aan, zijn schouder voelde warm en behaaglijk. Vlinders fladderden opgewonden in zijn buik. Hij legde zijn hand op het bovenbeen van Justin. 

‘Ik was al op je toen ik je in de gang zag. Die keer bij de kluisjes,’ bekende Justin zachtjes. 

‘Ik ook, maar ik durfde niet,’ zei Nick. Ze keken elkaar weer aan, lachend deze keer. 

Het kon Nick allemaal geen mallemoer meer schelen. Heel Zwaandam mocht het weten. Hij was verliefd en knipoogde naar hem. Justin legde zijn warme hand in de nek van Nick, trok hem zachtjes naar zich toe en drukte een kus op Nicks mond, die alleen maar meer wilde. 

Na een tijdje keken ze samen naar het water, zonlicht danste eroverheen, het schitterde. Er vloog een speedboot over het water en maakte golven, die omhoog spatten. Een zonnestraal ving de waterdruppels en even schitterden de kleuren van de regenboog. 

Nick legde zijn been over die van Justin en vroeg: ‘Blijf je bij ons eten?’ 

Justin lachte; hij kon zich eindelijk ontspannen. Blij. Gelukkig. Alles zou goed komen met hem. Samen met Nick kon hij de wereld aan. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Name *