Leren ontwikkelen van je eigen schrijfstijl
Beeldspraak is een stijlfiguur die iedereen weleens toepast en kan worden “aangepakt” door in een show don’t tell stijl te schrijven. Is daarmee het “probleem” opgelost? In mijn visie niet. Beeldspraak is taal en wil je leren schrijven dan is het onderhanden nemen van jouw eigen schrijfstijl de beste optie.
Want jij moet het doen. Jij bent de auteur van jouw fantasyverhaal.
Eigen stijl
Elke schrijver heeft een van nature eigen schrijfstijl: een bloemige, of een beschrijvende of een alledaagse stijl. Of juist meer vertellend. Welke stijl ook bij jou past: niets is fout. Er is niet één stijl die boven de ander uitsteekt.
Of toch wel?
Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de show don’t tell stijl een streepje voor heeft. Als je die stijl maar goed beheerst dan zal jouw lezer van je boek smullen. Reikhalzend uitkijken naar een volgend boek. Dan heb je in no time een uitgever gevonden. Natuurlijk is niet zo zwart-wit, maar de obstakels in het schrijfproces los je niet op door te hameren op het toepassen van dat laten zien.
Wat zijn eigenlijk de kenmerken van de show don’t tell?
- Richt zich op details, sfeer en zintuigen van omgeving, personage, feiten van de wereldopbouw, onthullingen, plottwists, conflicten en climax
- Meestal geen uitgebreide beschrijvingen van een omgeving, locatie of het uiterlijk van een personage
- Kenmerkt zich in een afwisseling van kortere en langere zinnen, beeldend en zintuigelijk en actief taalgebruik
- Tempo, ritme en pacing is zowel traag als meer uptempo
- Actiescènes worden actief geschreven en kennen een hoger tempo -> “Hij rende naar de deur en trok hem hard open.”
- Handelingen, emoties en gedachten worden afgewisseld in een stijl van laten zien en beschrijving van een beeld. Je zet een scène neer alsof je er middenin staat, vaak beeldend en concreet, met zintuiglijke details zoals geluiden, geuren, kleuren en bewegingen, getoond via gedrag, dialoog en zintuigen.
Waar!
Show don’t tell heeft een groot voordeel voor de lezer. Doordat de stijl vaak korte zinnen kent, met actiegerichte werkwoorden en in vlotte stijl geschreven is, beleeft de lezer het plot en de personages. De lezer hoeft minder na te denken en kan meer op de flow mee het verhaal door.
Moeten nadenken en begrijpen van een complex fantasyverhaal dat in een beeldende beschrijvende stijl is geschreven, vraagt meer denkvermogen en een hoger niveau van begrijpend lezen. Dit komt omdat deze stijl meer langere zinnen en bijzinnen heeft en vaak ook moeilijke woorden. Een beschrijvende stijl doet niet onder voor een show-stijl: deze stijl is gewoon anders. Door het schetsen van een fantasierijk beeld gaat de lezer net zo lief mee op reis.
Niet waar!
De alledaagse, vlotte show don’t tell is aantrekkelijker en als het verhaal wordt verteld vanuit een ik-perspectief dan lijkt een besteller een vaststaand feit. Een boek wordt nooit zomaar een bestseller, dat weten we allemaal.
Een verhaal bestaat nooit uitsluitend uit show-stijl. Een fantasyboek leest het prettigst wanneer het geschreven is in een combinatie van stijlen, met een goede balans tussen actie, dialogen en rustmomenten, en met aandacht voor het vermijden van infodumps.
Waarom krijg je een standaard-advies van “je moet meer show don’t tell schrijven!”
Precies om die reden: de lezer zit midden in het verhaal, beleeft het en voelt wat de personages voelen, mits de schrijver in staat is om personages levensecht te presenteren. Schrijven blijft mensenwerk!
Moet je dan nu meteen alleen maar showen?
Mijn advies: nee.
Wel:
- Snap waarom je schrijft zoals je doet
- Leer jouw schrijfstijl door-en-door kennen
- Oefen en experimenteer met andere stijlen
- Blijf vertrouwen houden in jouw eigen schrijfstijl
- Oefen met korte verhalen: perfectioneren, finetunen
Leren schrijven van een fantasyverhaal
Leren schrijven in een show, don’t tell-stijl is razend moeilijk, omdat je je personages door en door moet kennen. Je moet begrijpen waarom ze zich gedragen zoals ze doen.
Als jij hun levensrugzak vult met trauma, wordt show, don’t tell al snel een uitdaging. Je personage moet namelijk een proces doorlopen om aan het einde van het verhaal lessen te hebben geleerd. Of in ieder geval de belangrijkste. Een open einde kan, mits het goed is opgebouwd in het plot. Hier gaan schrijfstijl en schrijftechniek hand in hand.
Het helpt als je je kunt inleven in je personages en empathie hebt voor hun keuzes. Gedrag wordt pas geloofwaardig als jij begrijpt hoe echte mensen omgaan met problemen en obstakels. Dan kun je hun gedrag laten zien, zonder terug te vallen op uitleg of overmatige beeldspraak. Je hoeft geen psychologie te hebben gestudeerd, maar begrip en medeleven geven je als schrijver wel een groot voordeel.
Schrijfstijl in samenwerking met schrijftechniek
Show don’t tell werkt als je de techniek ook begrijpt.
Schrijven is ook investeren in:
- Verhaalstructuur bouwen
- Balans in het plot in evenwicht houden
- Taal- en schrijfvaardigheid onderhouden
- Het spook van de infodumper beheersen
- Dialogen en monologen kunnen schrijven
- Het juiste vertelperspectief en tijdsvorm kiezen
Dus het is niet heel simpel meer show don’t tell toepassen. Het is het hele pakket aan techniek en stijlen die ervoor zorgen dat jouw lezer geniet van je boek.
Tot slot
Het vinden van jouw eigen schrijversstem is het vinden van woorden die jouw fantasyverhaal recht doen. Deze kun je slechts vinden als je bereid bent te experimenteren. Buiten de vastgestelde kaders van het fantasy genre durven schrijven. Precies daar ligt jouw antwoord. Of je nu een alledaagse stijl hebt, bloemig of meer vertellend schrijft: het schrijfproces is effectief mits jij bewust kiest en met passie schrijft. Jij bent de auteur van jouw verhaal; laat dat zien. 😊