Karin van veldhoven

Auteur van fantasy jeugdboeken en young adults

Beeldspraak: last of lust?

Hoe je met taal het verschil maakt

Schrijvers gebruiken beeldspraak om tekst op te fleuren en de lezer dat wauw-effect te geven. Maar werkt dat echt? En geldt hier de stelling “overdaad schaadt”, of kan beeldspraak juist een effectief middel zijn?

Beeldspraak is een manier om iets levendiger of duidelijker uit te drukken door een beeld te gebruiken. Het gaat vaak om vergelijkingen, metaforen, personificatie en spreekwoorden. Je gebruikt het om een visueel of emotioneel beeld in het hoofd van de lezer te creëren.

• De stilte hing als mist tussen de bomen
• Aan de grond genageld staan
• Haar ogen waren zo mooi als het blauw van de oceaan
• Zijn blik was die van een havik

Het toepassen van beeldspraak heeft een verslavende werking. Een keer gebruikt en je doet het vaker. Je merkt het pas echt als je aan een herschrijfronde toe bent: dan lees je je teksten op detailniveau en kijk je met andere ogen naar die zinnen.

En dan…
Wat gebeurt er dan?

Ik vermoed dat je gewoon doorleest en niet in de gaten hebt dat de beeldspraak soms misplaatst is. De beschrijving van de sfeer of het uiterlijk van het personage: alles klopt en je zit er middenin. Je voelt, je ervaart. Dát gebeurt, omdat jij de schrijver bent van jouw fantasyverhaal. Je weet exact wat je bedoelt te zeggen; er zijn geen twijfels of vragen. Beeldspraak kan in een scène een prima middel zijn om de angst van het personage te tonen. In een paar woorden. Niets laat je aan het toeval over: je bent to the point, de lezer leeft mee.

Deze gedachten zijn heel begrijpelijk. Beeldspraak is niet per se fout, maar het kan wel beter. Het is een vast onderdeel van onze spraak en in gesprekken passen we die te pas en te onpas toe. Je bent het gewend, net als de stopwoordjes “al, nog, steeds, terug, weer, plots, altijd”. Je denkt dat je het nodig hebt om de scène gewicht te geven.

Het pijnlijke is dat dat nu juist niet zo is.
Beeldspraak maakt een tekst zelden bijzonder. Het is gemeengoed geworden en verliest daardoor vaak zijn uitwerking op de lezer. Die begrijpt het heus en leest door, maar ergens verlies je de lezer. Standaardbeeldspraak gaat voorbij aan jouw woorden. Je laat de kans liggen om van een oké-leeservaring een levendige te maken. Het voelt alsof ChatGPT je tekst schrijft, en jij vergeet er jouw sausje overheen te doen. Jouw woorden horen bij jouw schrijfstijl en die maken jouw fantasyverhaal bijzonder.

Wat moet je dan doen?
Alle beeldspraak schrappen en overnieuw beginnen?

Eigenlijk wel, maar hier ligt een stap voor.

Even terug naar het schrijfproces. Er spelen twee dingen:

• Het vinden van jouw schrijversstem
• De taalvaardigheid en -beheersing

Het vinden van jouw schrijversstem is een reis in de ontwikkeling van jouw schrijfvaardigheid. Heel concreet betekent dit leren schrijven en zelfvertrouwen kweken dat jij een fantasyboek kunt schrijven. In een notendop: groeien in jouw auteurschap.

Schrijven leer je door veel en met regelmaat te doen. Het gebruik van beeldspraak zegt niets over de kwaliteit van jou als auteur. Het zegt vaak iets over je onervarenheid. Je past die toe, omdat het je ontbreekt aan de juiste woorden voor die ene scène. Dan gaapt daar de valkuil en je valt erin. Je mist soms de taalvaardigheid en -beheersing om de scène in die stijl te schrijven dat je geen beeldspraak nodig hebt.

Het is niet zo dat je er bent als je maar oefent met schrijven. Taal is het gereedschap van de schrijver: gereedschap moet je onderhouden, anders roest het. (Hier gebruik je beeldspraak effectief.) Concreet betekent dit dat je jouw taalvaardigheid en -beheersing op niveau moet houden. Op het moment dat je kernwoorden mist om jouw manuscript te schrijven, ontkom je er niet aan om te investeren in een taalcursus. Of je volgt een opfriscursus spelling en grammatica.

En als je dan geïnvesteerd hebt in taal, wat dan? Hoe vermijd je die beeldspraak?

Stel je de volgende scène voor: een hoofdpersoon loopt in een donkere steeg en heeft in haar broekzak een magisch object. Zij bezit de gave om vuurvonken te strooien. Zowel aan het einde als aan het begin van de steeg staat een groepje mensen. Dit groepje aast op het magische object en heeft een opdracht: overmeesteren en jatten. Bij te veel tegenstand: definitief uitschakelen.

Uitdaging: magie mag geen uitweg zijn. Ze mag haar magie niet gebruiken om te ontsnappen of haar tegenstanders uit te schakelen.

Stap 1: Geef in kernwoorden de sfeer in de steeg weer. Hoe ziet die eruit? Smal of breed? Heeft het geregend en zijn de keien nat? Wie zijn die lui die haar willen overmeesteren?

Stap 2: Doe dit ook voor het hoofdpersonage. Wat ziet, hoort, ruikt, voelt en proeft zij? Is ze bang? Kruip in de huid van je hoofdpersonage en beantwoord de volgende vragen:

• Wie trilt zo?
• Waarom trilt zij?
• Waarvoor is zij bang?
• Waar bevindt zij zich precies?
• Wat gebeurt er lichamelijk en/of geestelijk met haar?
• Hoe heeft het zover kunnen komen?
• Spreekt ze?

Stap 3: Ga nu concreet schrijven wat er in de steeg gebeurt. Zet je personage in het middelpunt: laat haar acties, gedachten en gevoelens het verhaal sturen. Focus op haar ervaring en laat de scène daardoor leven. De beeldspraak zoals “aan de grond genageld staan” is hier overbodig; je weet al wat ze doet, zegt en voelt uit de stap 2. Je hebt het al opgeschreven; nu volgen slechts de zinnen. Zo creëer je spanning en actie zonder beeldspraak.

Mooie bijvangst: je oefent met show, don’t tell.

Ja, show-don’t-tell kan nuttig zijn, maar het is een hulpmiddel, geen voorschrift dat je beschrijvende kracht moet vervangen. Het is een bijvangst, geen hoofddoel.

Locatie

Oude Huijbergsebaan 299

4625 CK

Bergen op Zoom

Openingstijden

Maandag t/m vrijdag 09:00 uur t/m 15:30 uur, zaterdag van 09:00 – 12:00 uur, zondag gesloten.