Hoe vaak schrijf jij niet:
“Ik zag de man op mij afkomen”,
“Zij voelde haar hart bonken”,
of deze: “Vandaag wist hij het: hij ging het anders doen.”?
De werkwoorden zien, horen, voelen, ruiken, weten, lopen, opmerken, waarnemen en concentreren gebruik je te pas en te onpas om een situatie te duiden waarin jouw personage verzeild is geraakt. Deze lijst is eindeloos, omdat we denken dat we de woorden nodig hebben om het verhaal te vertellen.
Maar niets is minder waar!
In de scène zijn genoeg acties die jouw personage in beweging zetten. Het is namelijk niet het kijken of het zich concentreren waarmee je het gedrag laat zien; het is de beweging in de scène zelf.
Als je de neiging krijgt te schrijven “ik kijk omhoog…”, schrijf dan over de beweging of actie waardoor het ik-personage omhoog moet kijken. Iets of iemand zet haar/hem/hen daartoe aan.
Hetzelfde geldt voor woorden zoals horen en voelen. Waardoor hoort jouw hoofdpersonage plots iets? Is het gekraak op de trap? Met ‘plots’ wil je een onverwacht geluid laten horen om de spanning op te voeren in de scène. Maar is het wel plots? Hoort hij het echt, of is hij zo geconcentreerd dat hij werkelijk niets hoort? En als de ander de ruimte binnenstapt: schrikt jouw hoofdpersonage dan?
Wat zijn filterwoorden en waarom maken ze afstand?
In bovenstaande tekst sluipen de woorden er al in. We noemen dit filterwoorden.
De lezer leest door de filter heen en ziet de situatie voor zich gebeuren. Het gebruik van deze woorden zorgt voor een afstand tussen het verhaal en de lezer. De lezer leest namelijk over de waarnemingen, overtuigingen en gevoelens van het personage.
Filterwoorden zijn handig in een beschrijving, dan zie je door de ogen van het personage hoe de kroeg eruitziet. Het nadeel is dat je de waarneming leest, maar als lezer niet de stank van alcohol ervaart. Het zien, horen en ruiken moet zo gedetailleerd worden beschreven dat de lezer door de beschrijving heen meeleeft.
Wil je maximale immersie voor de lezer, dan is de show-stijl toch de sleutel. Een cliché antwoord, maar door actief en concreet te schrijven zet je de personages letterlijk in de locatie. De lezer raakt ondergedompeld en beleeft mee.
4 technieken om filterwoorden te vervangen
- Show don’t tell via de fysieke reactie
Vervang het gevoel door de lichamelijke of zintuiglijke ervaring.
Filter: Hij voelde de kou.
Herschrijving: De kou sneed in zijn gezicht en liet zijn tanden op elkaar klapperen. - Schrap het werkwoord en noem direct de waarneming
Wat het personage ziet of hoort, is er simpelweg. Je hoeft de waarneming niet aan te kondigen.
Filter: Hij zag een vreemde schaduw in de steeg.
Herschrijving: Een vreemde schaduw bewoog in de steeg. - Maak gedachten direct
Laat de gedachte zien als directe ervaring in plaats van te melden dat er gedacht wordt.
Filter: Hij dacht dat het een slecht idee was.
Herschrijving: Dit was een slecht idee. Absoluut. - Vervang ‘weten’ door actie of zekerheid
Laat de overtuiging blijken uit wat het personage doet of de manier waarop de situatie wordt beschreven.
Filter: Hij wist dat ze loog.
Herschrijving: Haar ontwijkende blik verraadde alles; ze sprak geen woord waarheid.
Praktische aanpak voor je schrijfproces
• Eerst schrijven, dan opschonen: Laat het tijdens het eerste concept gewoon stralen. Blijf in de flow.
• Zoek-en-vervangronde: Zoek bij het herschrijven op specifieke woorden (voelde, zag, dacht, wist, hoorde) en pas de zinnen aan waar ze de afstand te groot maken.
In deze verhaaltjes lees je het verschil en hoe je de filterwoorden kunt vervangen om de scènes te verlevendigen.
In het werkboek Creatief Schrijven geef ik je tools voor het actief en concreet schrijven.
Hier kun je mijn werkboek bestellen.