Karin van veldhoven

Auteur van fantasy jeugdboeken en young adults

The Walk of Dance; always belief in your talents

Elin zit achter haar laptop en staart al een tijdje naar een leeg document op het scherm. Ze zucht, ze is natuurlijk veel te laat met het schrijven van haar opstel voor Nederlands. Morgen is de deadline, voor twaalf uur inleveren bij meneer Van der Ploeg. Haar meester Nederlands maakte nog zo’n stom grapje dat het voor Elin geen probleem moet zijn met een moeder die kinderboeken schrijft. “Jij hebt vast het talent van je moeder,” zei hij.

Elin bijt op haar nagels en spuugt een afgekloven nagel op de grond. Ze legt haar handen in haar nek, achteroverleunend tegen de leuning van de bureaustoel. Verveeld pakt ze het stenciltje met de opdracht; voor de duizendste keer leest ze die door. Van der Ploeg heeft drie onderwerpen gegeven: ridders en kastelen, meisjes en modellenwerk en een verhuizing naar Ghana. Allemaal onderwerpen voor groep 8 kinderen! Die man is niet wijs. Dan hoort ze de voetstappen van haar moeder op de trap. Rina doet nooit moeilijk als het om leren gaat. Ze gaat er gewoon vanuit dat Elin haar best doet, alleen met Nederlands is ze superstreng. En bij een idioot opstel gaat ze lopen pushen. De deur gaat open; Rina brengt haar een glas cola.

‘Mam, je gaat niet zeuren dat ik te laat ben begonnen,’ roept ze. ‘Als je komt preken, ga dan maar gewoon weg.’

‘Ik wil je helpen. Laat me de opdracht nog eens lezen,’ zegt Rina. 

Elin draait haar bureaustoel naar haar toe, legt haar voeten op het bed en geeft haar moeder het stenciltje. Zorgvuldig leest Rina de opdracht. ‘Weet je al welk onderwerp je kiest?’

‘Nou, in elk geval niet over meisjes en modellenwerk. Ik heb niks met Ghana. Wat moet ik daar nou over schrijven? Dan nog liever die ridders,’ zegt Elin.

‘Heb je gelezen dat je ook gewoon een eigen verzonnen verhaal mag schrijven.’

‘Dat is nóg moeilijker,’ puft ze.

‘Je hebt fantasie genoeg. Dat lukt je vast wel. En anders zoek je ridders en kastelen op via google en dan kom je vanzelf wel op een verhaal.’

‘Jij hebt makkelijk praten, mam. Jij bent schrijver,’ sputtert Elin.

‘Hé, de vorige keer had je een zeven. Dat is toch een mooi resultaat. En via “controleren” kun je zo alle tikfouten uit de tekst halen. Als je wilt, redigeer ik morgen je verhaal voordat je naar school moet. Je bent toch het eerste uur vrij?’

Elin kijkt verbouwereerd naar haar moeder. ‘Ik dacht dat je boos zou zijn. Dat je me niet wilde helpen.’

‘Tuurlijk help ik je. Het stukje tekst dat je geschreven had, was echt niet slecht. Ik zie toch dat je al weken zit te tobben. Nou, probeer het nog. Je hebt morgenochtend tot ongeveer half tien. Dan lees ik het door en kan je het inleveren.’

‘Mam, je bent geweldig,’ roept Elin opgelucht. Haar moeder schudt grinnikend haar hoofd en sluit de deur zachtjes achter zich dicht.

Elin opent google en tikt in de zoekbalk “ridders en kastelen”. Er verschijnen allerlei hits: van Wikipedia tot aan jufjanneke.nl, van You tube filmpjes van verklede mensen tot allerlei foto’s. Elin klikt op afbeeldingen. Eerst maar eens zien of die plaatjes iets bij haar oproepen. Of er een verhaal inzit, zoals haar moeder altijd zegt. Ze scrolt en drukt dan op een foto van een ridder met een maliënkolder. Tot haar schrik knipoogt de man naar haar. Elin schudt verward met haar hoofd en klikt het plaatje direct weg. Ze wordt moe, dat is het. Opnieuw drukt ze op een foto van een oude burcht. Op datzelfde moment zwaait de ridder lacherig naar haar. Elin draait zich zenuwachtig om, ze is toch echt alleen. 

‘Doe niet zo idioot. Spoken bestaan niet,’ spreekt ze zichzelf ferm toe. 

Met hernieuwde moed zoekt ze weer naar een plaatje. Tot overmaat van ramp ziet ze geen enkel aansprekend beeld. Dan hoort ze stemmen tegen elkaar praten. Vol ongeloof staart ze naar het scherm. 

‘Je moet haar vragen!’ roept de één.

‘En dan?’

‘Dat meisje kan ons helpen. Ze houdt van dansen.’ De andere man sputtert nog wat tegen. ‘Sorry, maar hebben jullie het over mij?’ flapt ze er verbaasd uit en wijst naar zichzelf.

‘Inderdaad,’ zegt de man vrolijk. ‘Mijn naam is Graaf David van Landschot tot Walcheren. Aangenaam.’

Het gebeurt allemaal razendsnel; er verschijnt een hand uit haar computer. De graaf grijpt haar T-shirt vast en tilt Elin met een stevige greep door het gat, zijn wereld in. Elin probeert tegen te stribbelen, maar de greep is te sterk. Hijgend staat ze naast de twee mannen.

‘Wat moet dit?’ roept ze. ‘Wie zijn jullie? Wat moeten jullie van mij?’

‘Ik zei je het toch. Deze jonge dame kan ons niet helpen,’ zegt de ridder met de maliënkolder. ‘Ze wil niet. En geef haar eens ongelijk!’

‘Laten we nu eerst elkaar eens begroeten,’ zegt de graaf. ‘Dan zal ik je straks vertellen, jonge dame, waarom ik jou nodig heb. Je moet niet denken dat ik je er niet voor beloon, want voor het tonen van moed wordt een ridder altijd beloond.’

‘Mijn naam is Graaf Robert van Lanschot tot Walcheren,’ stelt de andere ridder zich voor en schudt Elin de hand.

‘Zeg maar gewoon Elin. Jullie zijn broers?’ vraagt ze overbodig. De ridders knikken.

‘Kunnen jullie mij vertellen waar ik ben?’

‘Jij zegt het,’ begint Robert.

‘Nee, jij. Jij kan dit beter,’ antwoordt David schoorvoetend.  

‘Jij hebt haar opgehaald,’ riposteert zijn broer. ‘Het was jouw idee.’

‘Het maakt mij geen fuck uit wie van jullie iets gaat zeggen, maar je doet het nu, anders ben ik ervandoor,’ zegt Elin. Ze heeft geen idee hoe ze terug moet komen naar huis, maar het klonk wel stoer.

‘Les 1 van “hoe word je een ridder: vloeken mag niet”’ spreekt David haar streng toe. Elin haalt onverschillig haar schouders op. Graaf Robert knipoogt naar haar. Ze lacht, ze mag hem wel. Uiteindelijk neemt hij het woord.

‘Je bent in Druma. Het land van de zonneschijn, zoals je ziet.’ Graaf Robert zwaait uitbundig met zijn armen. Het zonnetje schijnt op het gezicht van het meisje. Ze knijpt haar ogen een beetje dicht tegen de zon.

‘Nou, wat moet ik doen? Ik heb niet veel tijd. Ik moet een opstel schrijven,’ moppert Elin.

‘Als jij ons helpt, garandeer ik je dat je een tien krijgt,’ probeert Graaf David haar voor zich te winnen.

‘Je moet haar niks beloven, wat je niet waar kunt maken,’ zegt Graaf Robert. Zijn broer schudt zijn hoofd en mompelt een vaag antwoord, dat Elin niet kan verstaan. Ze wipt ongeduldig op haar voet.

‘Zijn jullie altijd zo van die sloompies?’

‘Nou, moet jij zeggen met je opstel,’ antwoordt Graaf David beledigd.

‘Haha, flauw, hoor,’ zegt Elin. ‘Nou?’ Ze kijkt indringend naar Robert, in de hoop dat hij zijn verhaal gaat afmaken. De ridder begrijpt haar blik en knikt haar ernstig toe. 

‘We willen dat je het gouden ei van Walk of Dance gaat halen,’ zegt hij.  

‘Het gouden ei van Walk of Dance?’ vraagt Elin verbaasd. Het meisje danst in een theatergezelschap. De grootste kattenkop van de groep heeft de hoofdrol in de musical “Het Gouden Ei van Walk of Dance” gekregen, terwijl ze er niets van bakt. Elin baalt hier nog van; ze had enorm veel geoefend en nu staat ze ook nog eens ergens achterin op het podium. Elin zucht en gaat op een boomstronk zitten. Ze legt haar hoofd in haar handen, terwijl haar ellenbogen op haar knieën rusten.

‘Je kent het verhaal toch?’ vraagt Graaf David na een tijdje.  

‘Natuurlijk ken ik het verhaal! Ik dans erin. Graaf David… Jij dus… hebt per ongeluk het gouden ei in de vulkaan laten vallen. Je roept de hulp in van het vulkanenmeisje om het ei terug te pakken. Maar jullie kunnen beter Benthe vragen. Die danst het vulkanenmeisje,’ zegt Elin. ‘Ik ben maar podiumvulling.’

‘We hebben haar gevraagd, maar ze wilde niet. Ze vond ons een stel idioten,’ zei Graaf David brommerig.

‘Je bent geen podiumvulling! Je bent een vulkanenmeisje en kan fantastisch dansen,’ zegt Graaf Robert. Elin is niet ongevoelig voor de twee ridders en heeft met hen te doen. Benthe kan inderdaad behoorlijk kattig zijn. ‘Help je ons? We hebben niet veel tijd meer. De vuurarenden worden wakker,’ dringt Graaf Robert aan.

‘Ik weet het,’ zegt Elin. Ze glimlacht veelzeggend. Zij kent het verhaal van buiten. De vuurarenden doen alles om het vulkanenmeisje tegen te houden. Het is tenslotte hún gouden ei. Terwijl de mannen ongeduldig op haar antwoord wachten, neemt ze de tijd hen te bestuderen. Ze zien er precies zo uit als in de musical: een versleten cape en laarzen met gaten in de zolen. Vergane glorie. Het gouden ei moet hen weer de status geven die ze eeuwen geleden hebben verloren. Het meisje knijpt eens in haar arm, maar ze kan dit onmogelijk dromen.

‘Dus als ik dat gouden ei pak, kan ik naar huis?’ vraagt ze voor de zekerheid.

‘Natuurlijk mag je dan naar huis. En zoals beloofd: je wordt beloond,’ zegt Graaf David en knipoogt.

‘O ja… een tien,’ zegt Elin. ‘Oké, waar is die vulkaan dan?’

Plotseling komt ze met een enorme bonk op haar bed terecht en knalt met haar hoofd tegen de muur. Ze kreunt en aait met haar hand over haar hoofd; ze glimlacht in zichzelf. Ze heeft het maar mooi geflikt. Het was niet moeilijk om het ei te pakken. Ze had de poten van een vuurarend gegrepen en zich in de vulkaan laten vallen. Vervolgens was ze via een ondergrondse gang bij het nest aangekomen. Het gekrijs van de arend had het meisje de weg gewezen. De vuurarend had gejammerd en geklaagd, toen ze het vulkanenmeisje herkende. Elin hield voet bij stuk, neuriede het betoverende lied en de arend viel in slaap. Ze had de reusachtige kont van de vogel opzij geduwd en het gouden ei gepakt. Terwijl ze terug rende, floot ze op haar vingers om de broers te laten weten dat ze eraan kwam. Via een touw was ze omhooggeklommen. Boven aan de krater van de vulkaan had ze gedanst. De dans van het vulkanenmeisje.

Elin ligt languit op haar bed, als ze haar moeder hoort roepen. De betovering is voorbij.

‘Elin!’ roept haar moeder, terwijl ze met twee treden tegelijk naar boven komt. De deur vliegt open.

‘Je ziet er verhit uit,’ zegt Rina.

‘Dat opstel,’ zegt Elin en wijst naar het scherm. Haar beloning verschijnt met een klik op het scherm.

‘Knap van je. Zeg, moet je luisteren. Gerrit belde net. Hij kreeg een telefoontje van de moeder van Benthe. Ze is door haar enkel gegaan. Ze zit in het gips. Gerrit vroeg of je morgen auditie wilt doen.’

Elin grijnst: de heren hebben haar dubbel beloond. ‘Tuurlijk doe ik morgen auditie. Hoe laat?’

Locatie

Oude Huijbergsebaan 299

4625 CK

Bergen op Zoom

Openingstijden

Maandag t/m vrijdag 09:00 uur t/m 15:30 uur, zaterdag van 09:00 – 12:00 uur, zondag gesloten.