Zoveel fantasyschrijvers, zoveel verhalen:
Ken je eigen route als fantasyschrijver
Fantasyverhalen ontstaan niet volgens een universele blauwdruk. Er zijn genoeg schrijfregels die dicteren hoe het “hoort”, maar de meeste adviezen zijn eenzijdig: ga plotten en houd hieraan vast. Soms werkt dat, vaak niet. Soms heeft plotten geen enkele zin, omdat jij weigert in een vast stramien te creëren.
Mijn advies voor jouw schrijfproces is simpel: doe wat bij je natuur past.
Kortsluiting door labels: Plotter, pantser of plantser?
In de schrijverswereld word je doodgegooid met termen als plotters, pantsers en plantsers. Ik heb ze telkens moeten opzoeken om ze vervolgens prompt weer te vergeten. Mijn brein krijgt kortsluiting van dat soort labels; ik kan er niks mee.
Een plotter is nog te volgen: die plot. Die plant. Maar een pantser? Dat is een vreemde Nederlandse verbastering voor een Engels woord. En de plantser is het ultieme Nederlandse poldermodel: de ‘L’ van plotter en de rest komt van die pantser.
Ik werk niet met stempels, ik werk met identiteit. Ik zocht naar woorden die onmiddellijk duidelijk maken waar de kracht in je worldbuilding zit:
- De Architect: Je bouwt op structuur en plannen met een doel. Met de bouwtekening stevig in de hand analyseer en construeer je. Het levenspad van jouw personages staat vast nog voordat de eerste zin op papier staat.
- De Ontdekkingsreiziger: Je schrijft op intuïtie met een goedgevulde knapzak. Je volgt wat zich aandient en spart met anderen om die horizon te verbreden.
- De Alchemist: Je weigert te kiezen. Je gebruikt de bouwtekening én de knapzak. De fase van het proces bepaalt je route: de ene keer is dat structureren, de andere keer puur intuïtief schrijven.
Stempels? Nee! Identiteit? Ja!
Ik heb een hekel aan stempels, maar ik geloof in identiteit. Het kiezen van een route die bij je past, geeft het doorzettingsvermogen dat nodig is om een boek echt af te schrijven.
Of je nu begon als architect en transformeerde naar alchemist: dat is geen twijfel, dat is vakmanschap. Schrijven van een fictieboek is een ambacht: je leert door fouten te maken en inzichten te ontwikkelen. Je leert je eigen ritme kennen. Je thema’s. Jouw manier om een fantasywereld te bouwen.
Als je vastloopt, ga je terug naar je kern: de architect naar de tekentafel, de ontdekkingsreiziger naar een nieuw perspectief, en de alchemist naar de tool die op dat moment het meest effectief is.
Het fundament van de alchemist: Schrijven en coaching
Mijn proces begon bij plotten, maar nu tover ik alles door elkaar. De alchemist. Ik zie een beeld dat beweegt en ik stap in die schrijversbubbel.
Mijn fantasie is mijn partner in crime, maar vergis je niet: die werelden zijn geen luchtkastelen. Door mijn 25 jaar HR-werkervaring creëer ik betonwaardige fundamenten. Ik weet hoe mensen werken, hoe organisaties functioneren en hoe machtsstructuren in elkaar zitten. Dat is de realiteit achter mijn verhalen. Ik combineer kennis van systemen met empathie voor personages, en de alchemist schrijft. En coacht.
De regie: Van Vara naar Robijn
Kijk naar de fragmenten van Robijn. In de start heette het personage Vara. Een jonge vrouw, een half-elf op een missie. Tegelijkertijd was daar die jonge man, zoekend naar gif, maar eindigend in een hartstochtelijke kus.
Het was mooi, maar het klopte niet met de koers die ik wilde varen. Ik schrijf vaker MXM, maar de alchemist in mij zag een mooiere waarheid ontstaan toen de twee vrouwen elkaar zoenden. Vara voldeed niet meer aan de energie die nodig was.
No problem! De identiteit verschoof, de naam veranderde: Robijn was daar.
De alchemist aan het werk. Ik bouw een fantasywereld die staat, en mijn personages bepalen zelf hun weg.